Een christen wordt in zijn leven opgeroepen om een verzoenende houding tegenover zijn medemens aan te nemen.

  

Dit bereikt hij door de bewuste beleving van de verzoenings- en vergiffenisbrengende momenten in de kerkelijke vieringen.
Tijdens elke eucharistie is er een schuldbelijdenis
en jaarlijks in de Goede Week is er een gemeenschappelijke boeteviering met aansluitend de mogelijkheid tot persoonlijke biecht.
Het is altijd mogelijk de pastoor aan te spreken wanneer u wil biechten of een gesprek met hem wil hebben.

Het geloofsboek zegt:
"Ik doe toch geen kwaad? Bekering hoort wezenlijk bij het leven als gelovige. Als een mens het aandurft voor God te gaan staan, merkt hij het contrast met zijn eigen leven. We hebben allen bestendig bekering nodig. Het is de apostel Johannes - de apostel van de liefde - die zo klaar over de zonde spreekt: 'Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons.' (1 Joh. 1,8) Zich bekeren is letterlijk: je levensweg bijsturen, je afkeren van het kwade, andere wegen gaan, je keren naar God en naar de naaste toegaan. Geloven en zich bekeren zijn twee facetten van één zaak. Beminnen en de liefde steeds verder uitzuiveren zijn twee kanten van dezelfde zaak. Want wie vindt dat hij genoeg bemint, bemint niet meer." (Geloofsboek, p. 110) 
"Sinds de vernieuwing van de liturgie wordt de biecht vaak genoemd: het sacrament van de verzoening• De liturgie van dit sacrament wordt beschreven als een weg van boete, die uitmondt op de algehele verzoening met God en de medemens" (Geloofsboek, p. 114)