Get Adobe Flash player

Artikelen

geschiedenis Sint-Andreas & Ghislenus

De kerk kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 10° eeuw. De huidige aankleding kwam grotendeels tot stand in de 17° eeuw en in de 18° eeuw. Natuurlijke houtkleuren domineren het interieur. In het schip is het houtwerk sober uitgewerkt maar in de kruisbeuken en het koor vormen preekstoelen, lambrisering, koorgestoelte en altaren en indrukwekkend geheel met bijzonder expressief en kunstig beeldhouwwerk.

 

Zoals Sinaai werd ook Belsele in 1217 afgescheiden van Waasmunster. Op dat moment had de parochie reeds een stenen kerk in Romaanse stijl: de basis van de huidige Sint-Andreas-en-Ghislenuskerk. Sindsdien is de kerk veelvuldig verbouwd, uitgebreid en verfraaid, tot ze uiteindelijk werd wat ze vandaag is. In de kerk heeft men de indruk dat men nooit teveel ineens verbouwde, zodat elke aangevatte verbouwing wel degelijk tot een goed einde kon worden gebracht. Pas nadat een fase was afgewerkt, werd een volgend deel van de kerk onder handen genomen. Mede ten gevolge van deze werkwijze, zijn heel wat opeenvolgende stijlperioden zichtbaar, soms in vele, som s in slechts enkele elementen.

De Romaanse kerk was zeer eenvoudig van opbouw, met een driebeukig schip en wellicht een zeer eenvoudig koor, eenvoudige vierkante pijlers, geen architecturale versieringen, een vloer van kalkmortel en verbrijzelde gebakken aarde. 

In de eerste helft van de 13° eeuw begon men met de eerste verbouwingen: de bovenlichtmuren werden verhoogd, er werd een houten tongewelf gebouwd (zonder beschieting evenwel, waardoor de dakstructuur zichtbaar bleef) en er werd een nieuwe vloer gelegd met geglazuurde, kleurige tegeltjes. Later werden de vroeggotische westtoren en de aanpalende zijkapellen gebouwd en kregen de Romaanse buitenmuren een nieuw parement in dezelfde steensoort als de nieuwe toren. 

Na een periode zonder verbouwingswerken kreeg de kerk in 1432 een nieuw hooggotisch koor met een houten spitsbogig tongewelf. Met de bouw van de transeptarmen ca. 1450 verkreeg de kerk uiteindelijk de typische kruisvorm. 

Na enkele kleinere werkzaamheden volgde er opnieuw een belangrijke verbouwingscampagne in de 2e helft van de 16° eeuw. De buitenkant vormde een vrij homogeen geheel in gotische stijl, maar de toenmalige pastoors ergerden zich wellicht mateloos aan het interieur: een heterogene combinatie van 'ouderwetse" Romaanse pijlers, opgelapte vloeren, lage, halfronde scheibogen en een stoffige open dakstructuur. Het gehele interieur werd nu aangepakt, maar door de godsdiensttroebelen werd de verbouwing vertraagd waardoor de werken uiteindelijk bijna 40 jaar aansleepten. De kerk kreeg nieuwe gotische zuilen, een nieuwe vloer en uiteindelijk ook stenen kruisbooggewelven. Het koor zijn stenen gewelven pas in 1643. 

De 18° eeuw leverde vooral een belangrijke bijdrage aan de stoffering van het interieur. De biechtstoelen in de kruisbeuk, de communiebank, lambrisering, tochtportaal en doksaal zijn alle prachtige voorbeelden van 18° eeuws houtsnijwerk. 

In de 19° eeuw beperkten de werken zich vooral tot een grondige renovatie. De oude en vervallen sacristie in de oksel tussen koor en transeptarm werd echter in 1860 vervangen door een nieuwe sacristie in neogotische stijl. De in 1879 geplande en goedgekeurde uitbreidingswerken werden door gebrek aan financiële middelen nooit uitgevoerd. 

Nadien werd de kerk van Belsele nog regelmatig gerestaureerd, maar aan zijn bestaande gabariet werd niet meer geraakt. De huidige kerk presenteert zich aan ons als een boeiende getuige van een rijke geschiedenis, eenvoudig aan de buitenkant, maar majestueus aan de binnenkant.
kerk binnenin

 


t.